(13) Smokkelaarsnest


Vlissingen heeft altijd een grote aantrekkingskracht gehad op kapers, zeerovers, smokkelaars en illegale slavenhandelaren. Ze werden in Vlissingen geboren of ze kwamen er naar toe. Niet voor niets was in sommige talen het woord “Vlissinger” een synoniem voor “Zeerover”.

Een stad die daar behoorlijk last van had, was Middelburg. Rond 1600 probeerde men daar het prestigieuze kantoor van de Engelse Merchant Adventurers naar de stad te halen. Dat zou Middelburg veel economische voordelen gaan opleveren omdat deze organisatie van de Engelse koningin Elisabeth het alleenrecht had gekregen op de handel met de rest van Europa. Vlissingen was echter al een tijdje de thuisbasis voor Engelse handelaren die lak hadden aan de regels en dus illegaal handel dreven. Zij gaven een stimulans aan de Vlissingse economie, tot grote ergernis van de Middelburgers. In hun gesprekken met de autoriteiten in Londen, die tot doel hadden het hoofdkantoor van de Merchant Adventurers binnen de Middelburgse stadsgrenzen te krijgen, werd voortdurend benadrukt dat alles in het werk zou worden gesteld om de smokkelaars uit Vlissingen te verdrijven.

Dat lukte niet. Sterker nog: de niet-officiële handel in Vlissingen gedijde uitstekend en de Vlissingse autoriteiten deden weinig om dat tegen te gaan. Desondanks besloten de Engelsen in 1599 om hun kantoor toch maar in Middelburg te vestigen. De omstandigheden waren gunstiger dan elders en het zou dom zijn om het niet te doen.

Dat in de jaren daarna de smokkelaars geleidelijk aan uit Vlissingen verdwenen, is dan ook niet de verdienste van de Middelburgers of de Engelsen, maar van het aloude mechanisme van de vrije markt. In die jaren werden de steden ten noorden van Zeeland steeds belangrijker en omstreeks 1619 groeide Amsterdam uit tot de belangrijkste uitvalsbasis van de niet-officiële handel. De officiële handel van de Merchant Adventurers vestigde zich in die tijd in Delft. De reden van hun vertrek uit Middelburg was nogal ontnuchterend: het zou er stinken. De echte redenen waren natuurlijk de betere handelsmogelijkheden in het noorden en het kleinere risico om schade op te lopen in het oorlogsgeweld. Vlissingen en Middelburg lagen dichter bij de vijandige Spaanse gebieden dan Delft en Amsterdam.

In de loop van de zeventiende eeuw nam de betekenis van de Adventurers sterk af en gingen alle privileges grotendeels verloren. Hun laatste vestiging in Nederland, die in Delft, werd omstreeks 1670 opgeheven.

Afbeelding: In het begin van de zeventiende eeuw werd een gedeelte van de Sint Jacobskerk vrijgemaakt voor de Engelsen die in Vlissingen verbleven. Het zandstenen poortje in de Branderijstraat herinnert ons aan die periode. (Bron: eigen collectie auteur)