(141) Een geweldige zeestad

In 1567 bracht de Italiaanse koopman en geschiedschrijver Lodovico Guicciardini een bezoek aan Vlissingen. Later zou hij hiervan verslag doen in zijn boek over de Nederlanden in deze periode. Aan Vlissingen besteedde hij drie pagina’s  en dat was relatief veel voor de betrekkelijk kleine stad aan de Schelde. Hij noemde Vlissingen dan ook een geweldige zeestad en de sleutel tot de Nederlanden die in de bijzondere belangstelling stond van Keizer Karel de Vijfde en diens zoon en opvolger Philips de Tweede. Guicciardini bezong verder de strategische ligging van de stad, haar faam in heel Europa en de bloeiende handel. Het is niet duidelijk of hij deze tekst opstelde in 1567, naar aanleiding van zijn bezoek, of bij de Franse vertaling in 1582 die in Antwerpen werd uitgegeven.  

Dat laatste was waarschijnlijk het geval omdat de stad juist tussen 1567 en 1582 een ggroot aantal veranderingen had meegemaakt, waardoor er veel te corrigeren was in de tekst. Het was de roerigste periode in de geschiedenis van Vlissingen. In de 30 jaar die deze periode beslaat, verdubbelde het aantal inwoners: van 3.000 naar 6.000.  Het stadsbeeld werd gedomineerd door koopvaardij-, oorlogs- en kapersschepen. Op de kaden, die eerder gereserveerd waren voor vissers, vishandelaren en haringvaten en –korven, lagen nu kisten, vaten en zakken met een grote verscheidenheid aan goederen: wijn, bier, graan, textiel, maar ook wapens, munitie en uiteraard scheepsbenodigdheden. De bedrijvigheid op de kaden was nog steeds hetzelfde als in 1567, waarschijnlijk nog iets groter omdat er nu eenmaal meer mensen in de stad woonden en werkten. De reiziger die in 1567 de stad had bezocht en na 31 jaar terugkeerde, zou nog verbaasder zijn geweest wanneer hij over een aantal zaken vragen had gesteld aan de voorbijgangers. Zoals over de politiek. Vlissingen behoorde in 1581 tot een van de lievelingssteden van de prins van Oranje omdat het de eerste stad was geweest die zich op eigen kracht van de Spanjaarden had bevrijd: negen jaar eerder, op 6 april 1572. De prins had de stad rijkelijk beloond met een nieuwe haven, handelsrechten, stadsuitbreidingen en de vestiging van de Zeeuwse Admiraliteit, het hoofdkantoor van de toenmalige marine, waar ook de opbrengsten van de gekaapte vijandelijke schepen en hun ladingen werden verdeeld. Bovendien had hij, ook in 1581, Veere en Vlissingen gekocht van de erfgenamen van Maximiliaan van BourgondiĆ«. De voormalige grote concurrent van Vlissingen, Middelburg, speelde in 1581 een rol op de achtergrond. De stad was door Willem van Oranje zwaar gestraft omdat ze tot 1574 trouw was gebleven aan de Spanjaarden. De Vlissingers en de Veerenaren hadden Middelburg, met behulp van de Watergeuzen, in dat jaar weten te veroveren op de vijand. Daarna was de voormalige abdijstad in verval geraakt. Van handel drijven was in de laatste zeven jaar nauwelijks sprake geweest. Vlissingen had veel handel overgenomen en de buurstad was druk geweest met het afbetalen van de oorlogsschuld aan Willem van Oranje.

Tien jaar later waren de rollen weer omgedraaid. Middelburg was na Amsterdam de belangrijkste stad van de Republiek en Vlissingen moest, net als voorheen, genoegen nemen met een plaats in de achterhoede.   

Afbeelding: Kaart van Vlissingen uit de Italiaanse uitgave uit 1581 van de Descrittione di tutti i Paesi Bassi van Guicciardini