(36) Wat de eerste haven van Vlissingen kostte


In 1304 begonnen de werkzaamheden voor de aanleg van de eerste echte haven van Vlissingen. De natuur had het nodige voorwerk gedaan en er was sprake van een zeearm die kon worden uitgediept en gecultiveerd. Men groef een haven van meer dan 500 meter lang, beginnend bij de huidige loodsenhaven en eindigend in de huidige Spuistraat. Tegelijk met de graafwerkzaamheden werd begonnen om de oude kreek die het dorp Vlissingen verbond met de zee, droog te leggen. Alleen het Molenwater (de latere spuikom) bleef bestaan. Waarschijnlijk is de grond die werd weggehaald uit de nieuwe haven, gebruikt om de oude gedeeltelijk te dempen. Het Molenwater werd, op een smal spuikanaal na, gescheiden van de nieuwe haven door een dijk van ongeveer tien meter breed. Op de dijk stond een graanmolen die werd aangedreven door het als gevolg van de getijdenbewegingen heen en weer stromende water in het kanaal. Door deze constructie had men een natuurlijke methode gecreƫerd om het dichtslibben van de nieuwe havens te voorkomen. Ieder etmaal werd het hele complex twee keer doorgespoeld.

De bedragen die gemoeid waren met het uit de grond stampen van een stad en een bijbehorend havencomplex waren ook in die tijd zeer groot. Alleen de haven kostte al bijna achthonderd pond, een bedrag dat, met de nodige slagen om de arm, vergelijkbaar is met de hoeveelheid geld die ook tegenwoordig nodig zou zijn om een soortgelijk project te realiseren. Het is zeker dat dit geld op tafel is gelegd door graaf Willem III. Hierbij dienen twee kanttekeningen te worden geplaatst: in de eerste plaats was het geld in oorsprong afkomstig van de bewoners van Walcheren zelf die ook toen al belasting, de ‘bede’, moesten betalen en in de tweede plaats kon de graaf, nadat de haven in gebruik was genomen, het geld nog een keer terugverdienen door allerlei belastingen te heffen op de handel, de visserij en de nijverheid waarvan hij verwachtte dat ze tot grote bloei zouden komen.

Afbeelding: Middeleeuwse (Engelse) pond.