(26) jarig! Op 2 april 1315 werd de stad Vlissingen geboren


Op 2 april 1315 kreeg Vlissingen van de toenmalige graaf van Holland en Zeeland, Willem III, het recht zich stad te noemen. Voor Zeeuwse begrippen was dat laat. Om maar eens wat te noemen: bijna 200 jaar eerder, in 1127, mocht Aardenburg zich al stad noemen. Kort daarna volgden Hulst, Biervliet en Axel. Middelburg was bijna honderd jaar later, in 1217 aan de beurt. Na nog eens een eeuw volgde Vlissingen als de nummer dertien van Zeeland. Zelfs Domburg en Westkapelle waren eerder.

De beslissing of een plaats stadsrechten kreeg lag bij Willem III. En die keek, hoe verrassend, vooral naar zijn eigen belang. Welvarende steden vormden een belangrijke bron van inkomsten voor de vorst  en zijn omvangrijke hofhouding. Omdat de meeste graven in die tijd geen vaste woon- of verblijfplaats hadden, maar voortdurend reisden door hun gebied, hadden ze de steden ook nodig als logeeradres. En dat moest natuurlijk op een zo comfortabel mogelijke manier gebeuren, als het kon met de nodige pracht en praal. Een derde reden waarom er stadsrechten konden worden uitgedeeld was de strategische ligging: het liefst in de buurt van de vijand en tegelijkertijd goed verdedigbaar. Vlissingen voldeed in ieder geval aan deze laatste voorwaarde. Omdat de Schelde in de twee eeuwen daarvoor breder en dieper was geworden ten gevolge van een reeks stormvloeden, vormde de rede van Vlissingen een ideale uitvalsbasis voor een oorlogsvloot. Bovendien kon er handel worden gedreven met bijvoorbeeld wolleverancier Engeland. Of Vlissingen in 1315 een geriefelijk logeeradres was  valt te betwijfelen, maar het grafelijk gezelschap kon altijd uitwijken naar het grotere en rijkere Middelburg.

Het Stadsrechtdocument kende drie grote onderwerpen die tot in detail werden geregeld: handel, vrijheid en rechtspraak. Samengevat kwam de hele tekst erop neer dat de Vlissingers, daarbij geholpen door de graaf,  alles in het werk moesten stellen om de welvaart van de stad te bevorderen, bij voorkeur door het drijven van handel. Om dat te bereiken kreeg iedereen die daarmee te maken had een grote mate van vrijheid: zowel de inwoners van de stad als de bezoekers. Alles wat hiermee in strijd was, moest worden aangepakt. En daarvoor gold de rechtspraak die door de graaf volledig werd uitbesteed aan de Vlissingers zelf. Behalve dan zware misdrijven zoals moord. Dat deed hij zelf wanneer hij in de stad was.

Afbeelding: Afschrift uit 1324 van het Vlissingse stadsrechtdocument van 1315 (Bron: Nationaal Archief, Den Haag)